Kookwoordenboek

Klik op de kookterm om de uitleg te zien.


Een kookterm niet gevonden? Stuur ons de kookterm op en wij zoeken het voor je op.

A

A point

Duidt de gaarheid van vlees aan. Het vlees is bruin aan de buitenkant, maar bij een insnijding is er nog een lichtroze kleur van het vlees te zien. Volgorde in gaarheid: Bleu -> Saignant -> A point -> Bien cuit

Aanlengen

Een vloeistof (melk, water, wijn, ...) toevoegen.

Al dente

Gaar maar nog knapperig. Italiaans voor beetgaar

Au bain marie

Hang een kleine kookpot in een grote kookpot gevuld met water. Let er op dat de kleine kookpot het water in de grote kookpot niet raakt. Vul de kleine kookpot met het ingrediënt dat je wilt smelten of verwarmen (bvb. chocolade).

B

Béchamelsaus

De alom bekende "witte saus". Gemaakt met boter, bloem, melk en zout. Eventueel met nootmuskaat

Bedruipen

Gesmolten boter of bakvet of vocht over het vlees gieten tijdens het bakken

Beetgaar

Gaar maar nog knapperig. Soms ook al dente (Italiaans) genoemd

Bien cuit

Duidt de gaarheid van vlees aan. Bij het insnijden is er geen rood vlees meer te zien. Volgorde in gaarheid: Bleu -> Saignant -> A point -> Bien cuit

Binden

Een saus of soep dik maken met bijvoorbeeld maïzena

Blancheren

Ingrediënten zeer kort (enkele minuten) koken

Bleu

Duidt de gaarheid van vlees aan. Het vlees is dicht geschroeid maar is heel rood vanbinnen. Het vlees moet wel warm zijn. Volgorde in gaarheid: Bleu -> Saignant -> A point -> Bien cuit

Blussen

Vloeistof toevoegen aan hete boter zodat ze niet bruin wordt of verbrandt

C

Carameliseren

Suiker verhitten tot het bruin en stroperig wordt

Chapelure

Dit is hetzelfde als paneermeel

D

Decanteren

Wijn overgieten in een karaf

Dressing

Kruidige saus die meestal op salade wordt gedaan

F

Flamberen

Een gerecht overgieten met een sterk alcoholische drank waarna deze in brand wordt gestoken

Fond

Bouillon gebruikt als basis voor soepen of sauzen

Fruiten

Een ingrediënt (bvb. ui) lichtbruin laten worden door het te stoven in een hete vetstof.

G

Garneren

Een gerecht versieren met bvb. fruit, hagelslag, ...

Gelatine

Een geleiachtig bindmiddel dat gebruikt wordt in bvb. kaastaart. Gelatine bestaat in poedervorm of in blaadjes

Gratineren

Een gerecht bestrooien met geraspte kaas en het daarna bruin laten worden in de oven

I

Indikken

Een saus dikker laten worden door verdamping in een open kookpot

J

Julienne

Groenten (of fruit) zeer fijn snijden.

M

Marineren

Vlees of vis laten trekken in een gekruide vloeistof

P

Paneermeel

Dit is hetzelfde als chapelure

Paneren

Een ingrediënt door eiwit halen en vervolgens door paneermeel (= chapelure)

Passeren

Een ingrediënt (bvb. tomaten) door een zeef roeren om zo het gefilterde sap over te houden

PeZo

Veelgebruikte afkorting voor peper en zout

Pocheren

Een gerecht gaar maken zonder het te laten koken

R

Roerbakken

Fijngesneden ingrediënten in een wok bakken en voortdurend omscheppen.

Roux

Een mengsel van boter en bloem. Dit wordt gebruikt om sauzen te binden

S

Saignant

Duidt de gaarheid van vlees aan. Het vlees is lichtjes gebakken Bij het snijden is het rode vlees nog goed zichtbaar. Het vleesvocht loopt nog uit het vlees bij het insnijden. Volgorde in gaarheid: Bleu -> Saignant -> A point -> Bien cuit

Sauteren

Een gerecht al schuddend snel bruin bakken op een heet vuur

Schrikken

Een heet gerecht (bvb. spaghetti) kortstondig overgieten met koud water

Schroeien

Vlees langs alle zijden bakken op een heet vuur. Dit om te vermijden dat het vlees veel vocht verliest

Singeren

Bestrooien met bloem (om zo het gerecht te binden bvb. bij soep)

Smoren

Een gerecht garen in een gesloten kookpot met weinig vocht

Z

Zeste

Buitenste schil van citrusvruchten

Zester

Het verwijderen van de zeste door de zesteur

Ziste

De witte laag onder de zeste